Detailhandel zet bijna 4 procent meer om in eerste kwartaal 2024

De detailhandel zette in het eerste kwartaal van 2024 bijna 4 procent meer om dan in dezelfde periode vorig jaar. Het verkoopvolume was 3,1 procent hoger. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe kwartaalcijfers over de detailhandel.

Ons land telt bijna 170 duizend bedrijven in de detailhandel (exclusief tankstations). Dat is 7,3 procent van alle Nederlandse bedrijven. Bijna 7 op de 10 detailhandelaren was een bedrijf met één werkzame persoon. In het eerste kwartaal zijn 98 bedrijven in de detailhandel failliet verklaard. Het aantal faillissementen onder detaillisten nam met ruim 14 procent toe vergeleken met het eerste kwartaal van 2023, toen werden 86 faillissementen uitgesproken. Het aantal faillissementen nam onder detailhandelaren minder sterk toe dan onder alle bedrijven (45 procent).

De omzetstijging in het eerste kwartaal kwam door hogere prijzen, én voor het tweede kwartaal op rij ook door een hoger verkoopvolume. Tussen het tweede kwartaal van 2022 en het derde kwartaal van 2023 wisten detailhandelaren weliswaar ook omzetgroei te realiseren, maar dit kwam alleen door hogere prijzen.

Aan het begin van het tweede kwartaal van 2024 oordeelden ongeveer evenveel detailhandelaren negatief als positief over het economisch klimaat in de komende drie maanden. Per saldo ruim -0,2 procent van de ondernemers verwachtte een verslechtering. In het tweede kwartaal van 2023 was dit per saldo nog ruim -4 procent.

Detailhandelaren waren daarmee pessimistischer dan gemiddeld. Per saldo 1,5 procent van alle ondernemers in Nederland is positief gestemd over het economisch klimaat in de komende drie maanden.

Meer omzet foodsector

In het eerste kwartaal steeg de omzet in de winkels in voeding en genotmiddelen met ruim 2 procent vergeleken met een jaar eerder. Zowel supermarkten als speciaalzaken – zoals kaaswinkels en slagerijen – behaalden een hogere omzet. Voor supermarkten gold wel dat de hoeveelheid verkochte producten afnam (met 0,3 procent) ten opzichte van hetzelfde kwartaal in het jaar ervoor. Bij speciaalzaken nam het verkoopvolume wel toe, met 1,3 procent.

In de non-foodsector nam de omzet met 4,5 procent toe ten opzichte van het eerste kwartaal van 2023. Er werden ook meer goederen verkocht (4,8 procent). Vooral drogisterijen, kledingwinkels en winkels in schoenen en lederwaren verkochten meer. Bij winkels in consumentenelektronica en winkels in overige huishoudartikelen – zoals meubels en verlichting – daalde de omzet.

Meer online omzet

In het eerste kwartaal nam de online omzet van detailhandelaren toe met 3,8 procent vergeleken met dezelfde periode een jaar eerder. Bij winkels die alleen online verkopen groeide de omzet in het eerste kwartaal van 2024 met ruim 5 procent. Bij detaillisten die hun producten zowel online verkopen als via een fysieke winkel, ook wel multichannelers genoemd, nam de online omzet ook toe: met bijna 2 procent.

Het Hoofdlijnenakkoord valt goed bij ondernemersorganisaties

Met name de nadruk op stabiel beleid, het verdienvermogen en de herintroductie van degelijke budgettaire spelregels spreekt aan. De ondernemersorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland gaan daarom in op de uitnodiging tot verdere uitwerking vann het akkoord met kabinet en de wernemersbonden. Dat moet dan onder meer gaan om het ondernemersklimaat weer te versterken en gerichte investeringen in de regio. ‘Alleen zo creëren we stabiliteit en zekerheid die ondernemers nodig hebben om te kunnen investeren in de grote opgaven,’ zo laat MKB-Nederland in een persbericht weten.

In het Hoofdlijnenakkoord presenteren de vier partijen een aantal positieve uitgangspunten, meet MKB-Nederland. Zo kunnen burgers lastenverlichting tegemoetzien en moet werken weer beter gaan lonen. Ook is er duidelijke aandacht voor de rol van het ondernemerschap en bedrijfsleven voor ons verdienvermogen, wordt gesignaleerd.
Positief is de ondernemersorganisatie ook over het niet doorgaan van eerdere fiscale plannen, zoals de belasting van inkoop van aandelen, verhoging van box-2, de versobering van de mkb-winstvrijstelling en de extra verhoging van de CO2-heffing en energiebelasting. Dit zou schadelijk zijn geweest voor het ondernemings- en investeringsklimaat, zo wordt gemeend.

Investeringen in wonen, de regio en bereikbaarheid

MKB-Nederland vindt het een goede zaak dat er volop aandacht is voor de bouw van nieuwe woningen, versterking van de infrastructuur en de bereikbaarheid in de regio:  ‘Met nieuwe strategische investeringsagenda’s met afspraken over wonen, bereikbaarheid, onderwijs en economie kan hier straks daadwerkelijk een goede invulling aan worden gegeven waar ondernemers graag over meedenken en aan bijdragen. Zo zijn de Lelylijn en de Nedersaksenlijn belangrijk voor de versterking van regio’s in onder meer in Oost- en Noord-Nederland.’

Arbeidsmarkt en pensioen

VNO-NCW en MKB-Nederland verwelkomen de inzet om meer grip te krijgen op arbeidsmigratie, evenals de stevige aanpak van misstanden met arbeidsmigranten conform de adviezen van de commissie Roemer. ‘Wel is belangrijk dat we als land de vakkrachten, het technisch talent en de internationale studenten kunnen blijven aantrekken die we nodig hebben voor bijvoorbeeld de woningbouw, innovatie, digitalisering en de energietransitie’, merkt MKB-Nederland op.

De bepleite betere aansluiting van beroepsonderwijs en arbeidsmarkt wordt door de ondernemersorganisaties toegejuicht. Net zoals de nieuwe pensioentransitie die doorgang vindt. Ook gaan de ondernemersorganisaties ervan uit dat de afspraken in de SER voor een robuuste en eerlijke arbeidsmarkt (SER MLT) verder worden uitgewerkt.   

Energietransitie en stikstof

Het nieuwe kabinet gaat voor draagbaar, haalbaar en uitvoerbaar energie- en klimaatbeleid. MKB-Nederland: ‘Het is belangrijk dat het Klimaatfonds en de maatwerkaanpak worden voortgezet, zodat bedrijven en de industrie investeringszekerheid hebben en houden. Vragen leven er wel in sectoren over verschillende beleidswisselingen rond o.a. warmtepompen en de zero-emissiezones. Het akkoord vraagt verder terecht aandacht voor de hoge energie- en elektriciteitsprijzen in ons land voor bedrijven ten opzichte van buurlanden. Dit verdient nog wel nadere uitwerking.’

Bij het aangekondigde stikstofbeleid is met name voldoende ruimte voor economische ontwikkeling cruciaal. Vergunningen voor o.a. energietransitie, woningbouw en infrastructuur moeten weer mogelijk worden waar stikstof dat nu in de weg staat.

Het komt aan op verdere uitwerking

Volgens de ondernemersoranisaties zijn met name de komende maanden belangrijk. Zo moeten veel thema’s en voorstellen nog nader worden uitgewerkt in concrete beleidsprogramma’s. ‘Aandacht voor de uitvoering en stabiliteit van beleid is daarbij cruciaal.’    

Handelsmissies helpen ook mkb’ers met hun internationale kansen

Handelsmissies vergroten de kans van deelnemende bedrijven om te gaan handelen met of investeren in het land dat wordt bezocht. Dat blijkt uit onderzoek dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft gedaan in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Opvallend: handelsmissies zijn er niet alleen voor grote bedrijven.

Handelsmissies kunnen bedrijven helpen om contacten te leggen en nieuwe buitenlandse markten te verkennen en te betreden. In de periode 2008-2022 hebben ruim 4 duizend verschillende Nederlandse bedrijven minimaal een keer deelgenomen aan 192 verschillende handelsmissies onder leiding van een minister of staatssecretaris.

Missiedeelname verhoogt de kans dat bedrijven gaan handelen met het bestemmingsland met ruim 7 procent en de kans dat zij er gaan investeren met 2 procent. Na deze ondersteuning zijn deze nieuwe handelaren vervolgens net zo succesvol als onafhankelijke starters. Startende investeerders die na een handelsmissie gingen investeren, blijven zelfs significant langer actief in het bezochte land dan bedrijven die zijn gaan investeren zonder die markt eerst bezocht te hebben middels een handelsmissie.

 

Handelsmissies niet alleen voor grote bedrijven

Gemiddeld was twee derde van alle missiedeelnemers in de periode 2008-2022 een zelfstandig midden- of kleinbedrijf. Dit aandeel is door de jaren heen gegroeid van 63 procent in 2010 naar 75 procent in 2022. Zelfstandige mkb’ers hebben gemiddeld een grotere kans om binnen twee jaar na een missie te beginnen met handelen dan grootbedrijven: 8,9 procent tegenover 6,2 procent.

Zelfstandige mkb’ers hebben dus het meeste te winnen bij deelname aan een handelsmissie. Dit is logisch, gezien het doel van handelsmissies, namelijk om informatie in te winnen over bijvoorbeeld mogelijke leveranciers, afzetmarkten of lokale regelgeving. Voor bedrijven met de grootste informatieachterstand is doorgaans de meeste winst te behalen, zo blijkt uit dit en vergelijkbaar academisch onderzoek.

 

Volgens het CBS hebben zelfstandige mkb’ers het meeste te winnen bij deelname aan een dergelijke handelsmissie.

Enkele resultaten uit het onderzoek:

  • Missiedeelname verhoogt de kans dat bedrijven gaan handelen met het bestemmingsland met ruim 7%.
  • Binnen 2 jaar begint bijna 9% van de zelfstandige mkb’ers met handelen met het bestemmingsland.

Interesse in handelsmissies met bewindspersonen?

Momenteel staan 2 handelsmissies met bewindspersonen op stapel:

 

Digitale economie: doorschakelen of achterblijven

Column door van Stijn Butselaar*

Hoewel ik niets met auto’s heb moet ik bij onze digitale economie wel eens denken aan een Formule 1-auto. Want: we hebben een prima infrastructuur en een redelijk draaiende digitale economie, maar we zien ook dat we in Europa op het gebied van digitale technologie zijn ingehaald. Zo dreigen we onze goede positie te verliezen en worden we minder aantrekkelijk voor bedrijven die voor hun business steeds afhankelijker zijn van digitale middelen. Daar moet dus aan gesleuteld worden. Onder meer door te investeren in kwantum en artificial intelligence (AI). Die weg waren we al met het Groeifonds ingeslagen. Ik zeg ‘waren’, want de toekomst van het fonds is onduidelijk.

Scheuren in het wegdek

Nu wordt er door de private sector stevig in de digitale infrastructuur geïnvesteerd. Dan is het zaak dat er door lokale overheden ruimte wordt gecreëerd voor digitale netwerken en datacentercapaciteit. Helaas zien we daar wat scheuren in het wegdek. Het blijkt bijvoorbeeld moeilijk om ruimte te vinden voor datacenters en medewerking van instanties te krijgen voor het plaatsen van antennes. Zo wordt het lastig om snelheid te maken.

Mkb heeft zetje nodig

Ook is er aandacht nodig voor het mkb, als motor van de economie en bron van innovatie. Binnen het mkb liggen grote kansen om door digitalisering te zorgen voor een hogere productiviteit. Maar dat gaat niet vanzelf. Voor kennis en middelen is het mkb aangewezen op andere partijen, en veel kleinere bedrijven hebben een zetje in de rug nodig om überhaupt stappen te kunnen maken in digitalisering.

Talent achter het stuur

En net als in de Formule 1 is ook in onze digitale economie de menselijke factor uiteindelijk bepalend voor succes. Er is voldoende digitaal talent nodig. Dat kan door meer instroom van universiteiten, maar ook door het aantrekken van talent uit het buitenland. Op dat gebied moeten we wel kunnen concurreren met het buitenland.

Winnend over de streep

Dus ja, er zijn de nodige zorgen als we onze digitale economie winnend over de streep willen zien komen. Dat vraagt om goede samenwerking tussen bedrijfsleven en overheid, én een politiek die ons scherp houdt. Bijvoorbeeld deze week, als de Tweede Kamer zich over de digitale infrastructuur buigt. Hoe blijven we in de race?

*Stijn van Butselaar is Strategisch beleidsadviseur digitalisering bij werkgeversorganisatie VNO-NCW/MKB-Nederland.

Loonkostenstijging voor veel ondernemers nauwelijks te dragen

Ondernemingsorganisatie VNO-NCW wil dat er een streep wordt gezet door de voorgenomen extra verhoging van het wettelijk minimumloon (WML) per 1 juli aanstaande. Volgens VNO-NCW is het minimumloon de afgelopen anderhalf jaar al zo sterk gestegen – met percentages tot meer dan 30% – dat het voor veel, met name kleinere bedrijven nu al bijna niet meer op te brengen is. Bovendien stijgen de werkgeverslasten veel harder dan wat werknemers netto van die WML-verhogingen overhouden.

Wettelijk minimumloon gestegen

De koopkracht van de mensen op het niveau van het wettelijk minimumloon heeft de afgelopen jaren veel aandacht gekregen in de politiek en aan de cao-tafels. En gezien de hoge inflatie was dat terecht, aldus VNO-NCW en MKB-Nederland. Er is sindsdien ook al veel gebeurd: het WML is in ruim een jaar tijd met 18 tot 31% gestegen. Het is de optelsom van reguliere, halfjaarlijkse indexaties, de bijzondere verhoging van het WML met 8,05% per 1 januari 2023 en de invoering van het wettelijk minimumuurloon sinds 1 januari van dit jaar, die afhankelijk van de werkweek tot een stijging van meer dan 10 procent leidt.

Onverantwoorde loonkostenstijgingen

De ondernemingsorganisaties wijzen erop dat het steeds extra verhogen van het WML voor veel ondernemers tot onverantwoorde loonkostenstijgingen leidt, en zeker in bepaalde arbeidsintensieve sectoren waar de winstgevendheid al onder druk staat. ‘Dit soort interventies vanuit de politiek heeft ook steeds meer impact aan de cao-tafels, waar de onderhandelingsvrijheid in sommige sectoren vrijwel wegvalt. Het geeft bovendien een opwaartse druk op het gehele loongebouw.’
Een ander gevolg is het verlies van circa 40.000 banen, zo laat een evaluatie van het ministerie van SZW van de WML-verhogingen van dit en vorig jaar zien. Het gaat dan om mensen die vaak het lastigst werk vinden en die waarschijnlijk juist zijn gebaat bij de zekerheid van een baan. Volgens De Nederlandse Bank leveren de gestegen loonkosten de afgelopen tijd ook de belangrijkste bijdrage aan de binnenlandse inflatie.

Werkgeverslasten veel harder gestegen dan netto loon

VNO-NCW en MKB-Nederland concluderen dat de WML-verhogingen van de afgelopen tijd voor ondernemers te snel en te hard zijn gegaan. Wat daarbij vooral ook steekt is dat hun loonkosten daarmee veel harder zijn omhoog zijn gegaan dan wat hun werknemers netto in de portemonnee overhouden. De totale werkgeverslasten voor het minimumloon (inclusief de voorgenomen extra verhoging met 1,2%) stijgen in ruim een jaar met 6.132 euro, waarvan de werknemer slechts 3.680 euro overhoudt.

Verlagen belasting- en premiedruk

Volgens de ondernemingsorganisaties is het verlagen van de belasting- en premiedruk een veel effectiever en houdbaar instrument om de koopkracht van deze groep werknemers te verbeteren. Dan houden ze netto meer over, hoeven de lasten voor ondernemers niet nóg verder omhoog en wordt (meer) werken ook nog eens aantrekkelijker.

Bron: VNO-NCW

Overheid bindt strijd aan tegen AI gedreven cybercrime

De tools die gebaseerd zijn op Artificial Intelligence (AI) worden steeds toegankelijker. Hiermee neemt ook de dreiging van AI-gestuurde cybercriminaliteit toe. Met het bekende ChatGPT, dat inmiddels zo’n 110 miljoen actieve gebruikers heeft, kunnen individuen redelijk eenvoudig tekst, beeld, codes en scripts produceren. Volgens het vaktijdschrift Emerce leidt dit tot een toename van hacks, phishing-mails, malware, identiteitsfraude, deepfakes en ransomware.

De overheid heeft een belangrijke stap gezet door het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CCV) opdracht te geven voor het ontwikkelen van een keurmerk voor ICT-dienstverleners. Met zo’n keurmerk kan het mkb zich beter te wapenen tegen de snel groeiende dreiging van cybercriminaliteit. 

 

 

Voor grote en kleine bedrijven vormt phising de grootste bedreiging. Phising mails lijken afkomstig van betrouwbare bedrijven, maar zijn dat in werkelijkheid niet. Het doel van deze e-mails is om je te misleiden zodat je persoonlijke informatie deelt, zoals wachtwoorden of bankgegevens. En de cijfers liegen er niet om. Volgens Emerce is ongeveer negentig procent van alle cybersecurity incidenten bij bedrijven is terug te voeren op een phishing e-mail.

Cybercrime aangejaagd door AI is in hoog tempo een duidelijk verdienmodel geworden. De cyberciminelen worden daarbij steeds vindingrijker. Ze maken inmiddels gebruik van eigen taalmodellen vergelijkbaar met ChatGPT. Tools als WormGPT, FraudGPT, maar ook DarkBart, de darkweb-variant van Google’s AI-model Bart, vormen een concrete dreiging. Vorig jaar werd door het mkb 14.000 keer aangifte gedaan van een cyberincident. De schade voor het mkb van een phishing incident gemiddeld 270 duizend euro. De totale schade van cybercrime voor de Nederlandse maatschappij schat Rabobank vorig jaar zo’n 10 miljard euro.  

Mkb-bedrijven zijn kwetsbaar en vaak niet goed in staat om zich zelfstandig volledig tegen cybercriminaliteit te wapen. Terwijl een cyberveilig mkb steeds belangrijker wordt voor de Nederlandse economie en samenleving. Vooral bedrijven in kritieke sectoren als energie of gezondheidszorg lopen gevaar, maar ook bedrijven die onderdeel uitmaken van een leveranciersketen van grotere organisaties als defensie. Een onveilig mkb kan daarmee de stabiliteit van zo’n hele keten of zelfs de economie beïnvloeden.

Het Nationaal Politielab AI (NPAI) poogt de groeiende cyberdreiging het hoofd te bieden en  bedrijven in het mkb te helpen die slachtoffer zijn of dreigen te worden van cybercriminaliteit. De enorme analytische capaciteit van AI wordt daarbij ingezet om afwijkende patronen in data te herkennen en codes te begrijpen of te analyseren zodat malware eerder ontdekt kan worden. Er wordt gewerkt aan de voorspelbaarheid van een cyberaanval worden en het voorkomen ervan.

Meer informatie over advies cybercrime.

Of neem abonneer op de CCV-nieuwsbrief.

Detailhandel zet ruim 4 procent meer om in vierde kwartaal 2023

De detailhandel zette in het vierde kwartaal van 2023 ruim 4 procent meer om dan in dezelfde periode een jaar eerder. Het verkoopvolume was 0,3 procent hoger. Er gingen meer detailhandelaren failliet dan in het vorige kwartaal. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe kwartaalcijfers over de detailhandel.

 

De omzetstijging in het vierde kwartaal kwam door hogere prijzen én meer verkopen. Dat de omzetgroei mede behaald werd door een hoger verkoopvolume, was voor het eerst sinds het eerste kwartaal van 2022. De omzetstijging in de tussenliggende kwartalen kwam door hogere prijzen.

In 2023 boekten ondernemers in de detailhandel een omzetstijging van 5,6 procent. Het verkoopvolume was 2,4 procent lager dan een jaar eerder.

Meer omzet foodsector, maar minder verkopen

In het vierde kwartaal steeg de omzet in de foodsector met ruim 5 procent vergeleken met een jaar eerder. Zowel supermarkten als voedingsspeciaalzaken – zoals kaaswinkels en slagerijen – behaalden een hogere omzet. Voor beide branches gold dat de hoeveelheid verkochte producten wel afnam. Voedingsspeciaalzaken verkochten ruim 2 procent minder dan in vierde kwartaal een jaar eerder. Bij supermarkten was dat bijna 1 procent minder.

In de non-foodsector nam de omzet met 2 procent toe vergeleken met het vierde kwartaal van 2022. Wel werd er minder verkocht (-0,4 procent). Vooral winkels in recreatieartikelen zoals boeken of sportartikelen en winkels in consumentenelektronica en witgoed verkochten minder. Kledingwinkels verkochten ruim 3 procent meer dan in dezelfde periode een jaar eerder. Drogisterijen verkochten ruim 1 procent meer.

Meer online omzet

In het vierde kwartaal nam de online omzet van detailhandelaren toe met 1,3 procent vergeleken met dezelfde periode een jaar eerder. Bij winkels die alleen online verkopen groeide de omzet in het vierde kwartaal van 2023 met ruim 4 procent. Bij detaillisten die zowel online verkopen als via een fysieke winkel, ook wel multichannelers genoemd, nam de online omzet met bijna 3 procent af.

    

In het vierde kwartaal waren er bijna 166 duizend bedrijven in de detailhandel (exclusief tankstations en apotheken). Dat is 7,3 procent van alle Nederlandse bedrijven. Bijna 7 op de 10 detailhandelaren was een bedrijf met één werkzame persoon.

Meer detailhandelaren begin 2024 negatief over economisch klimaat

Aan het begin van het eerste kwartaal van 2024 oordeelden meer detailhandelaren negatief over het economisch klimaat in de komende drie maanden. Per saldo ruim 8 procent van de ondernemers verwachtte een verslechtering. In het derde kwartaal was dit per saldo nog ruim 4 procent. Detailhandelaren waren daarmee iets pessimistischer dan gemiddeld. Per saldo 7 procent van alle ondernemers in Nederland is negatief gestemd over het economisch klimaat in de komende drie maanden.

CBS: jonge mkb’er heeft behoefte aan externe financiering

Van alle ondernemingen in het mkb in de business economy heeft 15 procent behoefte aan nieuwe externe financiering in het jaar van juli 2022 tot juli 2023. Dat is vergelijkbaar met het jaar ervoor, zo meldt het CBS op basis van de Financieringsmonitor 2023. Jongere bedrijven hebben overigens vaker externe financiering nodig dan oudere.

Financieringsbehoefte gelijk aan vorig jaar

Van de groep bedrijven met een financieringsbehoefte zet 74 procent serieuze stappen om de mogelijkheden te verkennen en bij 13 procent zijn de mogelijkheden al bekend. Van die 87 procent samen besluit vervolgens 51 procent daadwerkelijk een financieringsaanvraag te doen. Daarvan is 86 procent succesvol. Zij krijgen het aangevraagde bedrag geheel of ten dele. Uiteindelijk betekent dit dat 38 procent van alle bedrijven in het mkb in de business economy met een behoefte aan externe financiering er ook daadwerkelijk in slaagt om die financiering (deels) aan te trekken. Vorig jaar was dit 44 procent.

Voor alle bedrijfstakken is de financieringsbehoefte vergelijkbaar met vorig jaar. Van de ondernemingen in het mkb in de business economy had toen 16 procent financiering nodig, nu is dat 15 procent. Bij jongere bedrijven is het percentage bedrijven met financieringsbehoefte hoger (20 procent) dan bij oudere bedrijven (13 procent). Bedrijven die geen externe middelen zoeken, hebben hier in bijna de helft van de gevallen geen behoefte aan omdat ze er simpelweg geen aanleiding voor zien. Van de andere bedrijven zonder financieringsbehoefte doen de meesten een beroep op intern geld, willen onafhankelijk blijven van geldschieters of zien geen kansen om te groeien.

Afname oriëntatie via de bank vlakt af

Van de ondernemers met een financieringsbehoefte neemt bijna driekwart ook daadwerkelijk stappen om zich te oriënteren op externe financiering. De bank blijft hierbij het belangrijkste kanaal voor het mkb: 60 procent oriënteert zich via de bank. Dit kanaal heeft in de afgelopen jaren wel aan populariteit ingeboet: in 2019 oriënteerde nog 80 procent van de ondernemers zich via de bank. Na de bank worden de accountant en de financieel adviseur het vaakst als informatiekanaal gebruikt.

Aandeel succesvolle aanvragen neemt af

Van de mkb-bedrijven die behoefte hebben aan financiering én zich georiënteerd hebben op de mogelijkheden (of al bekend waren met de mogelijkheden), doet 51 procent ook daadwerkelijk een aanvraag. Vorig jaar was dit nog 56 procent. De meest voorkomende reden om na oriëntatie toch geen aanvraag te doen, is dat er toch intern gefinancierd kon worden. Van de aanvragen die gedaan worden, is 86 procent geheel of deels succesvol. Dat is iets minder dan vorig jaar, toen 91 procent van de aanvragen (deels) succesvol was.

Rapport Financieringsbehoefte 2023

 

2024 Trends klein mkb

Ook volgend jaar staan de Flevolandse mkb-bedrijven weer voor een uitdaging. Waren het in 2023  de corona terugbetalingen die menig klein mkb’er bezighield, 2024 belooft eenn uitdagend jaar te worden wegens de zwakke economische groei, hogere inkoopkosten, hogere rentelasten en personeelskrapte. En financiering aantrekken wordt nog lastiger. Terwijl veel ondernemers juist voor grote investeringen staan –  in bijvoorbeeld automatisering en verduurzaming –  zwakken banken hun kredietverstrekking aan het mkb juist verder af.

De verwachting is dat enkele ontwikkelingen 2024 een grote impact op ondernemers zal hebben. Door de sombere economische vooruitzichten verwacht Dirkjan Takke van financieringsplatform NLInvesteert dat er meer bedrijven in financiële problemen gaan komen. Ondernemers zullen nog harder moeten werken voor financiering en om goed personeel te krijgen en te behouden. Ook de duurzaamheid vraagt om veel aandacht en dus om nieuwe investeringen. Denk daarbij aan de kleine mkb’er die moet overschakelen op elektrische bestelauto’s, terwijl er op zijn bedrijventerrein wegens slechte planning van netbeheerder en overheid, géén extra stroom te krijgen is. De personeelskrapte tenslotte zullen ondernemers hoger in moeten zetten op automatisering dan kom de artificial intelligence (AI) om de hoek kijken, die echter nog verre van perfect is waardoor de problemen zich verder ophopen.

De volgende trends zijn in 2024 aan de orde:

     1. Verschuiving naar non-bancaire financiering zet door.

Banken zijn de afgelopen jaren steeds zuiniger geweest in kredietverstrekking. Sinds 2013 is de uitstaande mkb-financiering met ruim 24 miljard gedaald, van 144,7 naar 120,3 miljard. De vraag naar non-bancaire oplossingen zal daardoor toenemen. Voor alternatieve financieringen als geheel zijn er wel steeds meer aanbieders  Vijftien Europese crowdfundingplatformen, met name uit Frankrijk, hebben een vergunning met een Nederlands verkregen. Een interessante ontwikkeling: het financiersadvies aan ondernemers wordt steeds persoonlijker en de financieringsmogelijkheden komen echter steeds meer vanuit heel Europa. Wie geld zoekt doet er goed aan om eens bij Horizon Flevoland aan te kloppen.

  1. Het MKB blijft kampen met een tekort aan goed personeel 

Ondernemers maken zich zorgen over de vraag naar hun producten en diensten blijkt uit de recente conjunctuur-enquête (COEN) van onder andere het CBS en MKB Nederland.  Veel ondernemers zien  groeimogelijkheden. Maar het tekort aan personeel wordt genoemd als de belangrijkste belemmering. Ook ziekteverzuim is een kostenpost voor mkb-ondernemers. Flexibele contracten worden in 2024 lastiger, de Nederlandse overheid wil vaste contracten aantrekkelijker maken en flexibele contracten onaantrekkelijker. Het zelf opleiden en omscholen van werknemers wordt steeds belangrijker. Het Leerwerk Loket Flevoland kan daarbij van advies dienen.

  1. Investeringsuitgaven gaan naar ‘slimmer werken’

Investeringsuitgaven gaan steeds vaker naar robotisering en automatisering. Efficiency moet de winstmarges verbeteren, productieprocessen vergroenen en de bedrijfsvoering robuuster maken. De vraag naar zogenaamde CAPEX (Capital Expenditures) investeringsgelden zal toenemen. Er wordt echter weer meer in huis gedaan in plaats van uitbesteed. Nieuwe machines zijn in de regel energiezuiniger en ook slimmer: minder mensenhanden en meer automatisering. Ook ondernemers die slimmer willen produceren kunnen bij Horizon Flevoland terecht voor advies.  

  1. Het mkb zal verder moeten verduurzamen

Zowel de hoge energieprijzen als de klimaatambities zorgen ervoor dat de noodzaak voor de verduurzaming van het bedrijfsleven groter is dan ooit. Dit moet niet alleen gebeuren in de grote industriële bedrijven maar ook in het mkb. Door te verduurzamen besparen mkb’ers op energiekosten, dragen ze bij aan het halen van onze klimaat-, milieu- en circulaire doelen en verminderen we de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en zeldzame materialen. We zien bovendien dat duurzaamheid in toenemende mate een voorwaarde wordt voor het krijgen van financiering. Een bedrijf hoeft niet nu al een groene 10 te scoren op duurzaamheid, maar er moet wel een plan liggen en je moet kunnen rapporteren op de voortgang. Wie advies nodig heeft op het terrein van duurzaamheid kan terecht bij het Expertisecentrum Energie Flevoland (EEF). een 

Gedoogregeling vrijstelling besturen zware elektrische bestelauto verdwijnt

De huidige gedoogregeling voor het besturen van een zware met een B-rijbewijs komt te vervallen. Het Rijk wil de huidige vrijstellingsregeling C-rijbewijs voor het besturen van een zware elektrische bestelauto niet langer gedogen. Het Openbaar Ministerie (OM) wil de gedoogregeling, slechts met een half jaar verlengen, tot 1 juli 2024.

Elektrische auto’s zijn door de ingebouwde accu honderden kilo’s zwaarder dan hun ICE-varianten. Dat gewichtsverschil is met name bij elektrische bestelbussen soms een probleem. De meeste bestelbussen wegen namelijk minder dan 3500 kilo. Die mag je gewoon met een B-rijbewijs besturen. Echter, er zijn elektrische bestelbussen die door het extra gewicht van de accu boven de 3500 kilo komen en dan moet je dus formeel een C-rijbewijs hebben, voor het besturen van een vrachtwagen.

De gedoogregeling stelde bestuurders met een B-rijbewijs een elektrische bestelauto besturen tot maximaal 4.250 kg. Hiermee krijgt deze groep een vrijstelling voor het C-(vrachtwagen) rijbewijs, dat normaal gesproken boven de 3.500 kg verplicht is. Daar wil het Rijk nu een streep doorhalen.

Dat is onacceptabel vinden de mobiliteitssector en ondernemersorganisaties die dan ook de noodklok luiden. Zij willen voorkomen dat elektrische bestelauto’s die nu gebruikmaken van de regeling op 1 juli 2024 tot stilstand komen. Zij doen een oproep aan de Tweede Kamer voor verlenging van de regeling tot tenminste 1 januari 2025. Meer tijd is nodig om de wetgeving te actualiseren, zodat elektrische voertuigen ook ná die datum verder kunnen. Volgens Ondernemers die al elektrisch rijden voelen zich in de kou gezet en ondernemers die de overstap naar elektrisch willen maken, zullen die nu uitstellen.

Het schrappen van de gedoogregeling kan grote gevolgen hebben voor ondernemers. Veel bestuurders van elektrische bestelauto’s beschikken namelijk niet over een groot(vrachtwagen)rijbewijs. Door het besluit om medio 2024 een streep door de huidige vrijstellingsregeling te zetten, dreigen ondernemers met duurzaamheidsambities onnodig op kosten te worden gejaagd en zullen ze moeten kiezen voor een bestelauto met dieselmotor. De ondernemersorganisaties verwachten bovendien dat de verkoop van nieuwe elektrische bestelauto’s hierdoor stil komt te liggen en de verdere verduurzaming van binnensteden en winkelgebieden vertraagt.

Ondernemers die plannen hebben voor energietransitie in hun bedrijf of daarover vragen kunnen voor advies terecht bij het Energie Expertisecentrum Flevoland (EEF).